Theorie

De basis voor een veilige deelname aan het verkeer is grondige kennis van de verkeersregels en verkeerstekens. De theorie is dan ook een belangrijk onderdeel en komt gedurende je gehele opleiding structureel aan bod.

Voor elk praktijkexamen geldt dat je eerst met succes de theorietoets gedaan moet hebben.Veel kandidaten zakken de eerste keer omdat ze de theorie maar net aan beheersen. Elke autorijschool kan je beter op de praktijk voorbereiden als je de theorie goed kent.

Het theorie-examen voor de personenauto bestaat uit vragen die worden beantwoord met drukknoppen in de tafel waarachter men zit.
Dit theorie-examen bestaat uit twee onderdelen.

Het examen begint met 25 vragen over gevaarherkenning. Deze vragen worden gesteld aan de hand van beelden van verkeerssituaties, gezien vanuit de positie van de bestuurder. Gevraagd wordt wat men zou doen in elk van deze situaties. Er kan via de drukknoppen worden gekozen uit “remmen” (er is sprake van een onmiddellijk gevaar), “gas loslaten” (er zou zich een gevaarlijke situatie kunnen voordoen) en “niets”(er is geen sprake van enig gevaar). Van deze 25 vragen moeten er tenminste 13 goed worden beantwoord.

Na de vragen over gevaarherkenning volgen 40 vragen, waarvan de eerste 30 betrekking hebben op wet- en regelgeving en de laatste 10 op verkeersinzicht. Van deze 40 vragen moeten er tenminste 35 goed worden beantwoord. Dit deel van het examen bevat ja/nee vragen, meerkeuzevragen en open vragen.

Beide onderdelen vormen samen één examen; er kan geen examen gedaan worden voor de afzonderlijke onderdelen.
Men is alleen geslaagd als voor beide onderdelen een voldoende is behaald.
Het examen duurt ongeveer drie kwartier.