Praktijkexamen

PRAKTIJKEXAMEN:
Het praktijkexamen auto duurt 55 minuten. Eerst heb je een inleidend gesprek met de examinator bij het CBR. Op het parkeerterrein vindt een ogentest plaatst d.m.v. het oplezen van een kenteken op een afstand van ongeveer 25 meter. Vervolgens worden er een aantal vragen gesteld over voorbereidende en controle handelingen van de (examen) auto.

Het examen bestaat uit 7 examenonderdelen die weer gekoppeld worden met 13 onderwerpen zoals kijkgedrag, snelheid, plaats op de weg, milieu enz. Tevens zult u een deel van de examenrit zonder aanwijzing van de examinator rijden, het zogenoemde ‘zelfstandig rijden’.
De rit, de examinator beoordeelt u op 7 onderdelen, voertuigbeheersing, kijkgedrag, voorrang verlenen en het rekening houden met andere weggebruikers, maar ook in- en uitvoegen, uw kijkgedrag bij kruispunten en 2 bijzondere manoeuvres, waarbij in ieder geval een stukje achteruit moet worden gereden.
Tijdens het praktijkexamen komen de navolgende onderdelen ook nog aan bod.

Het praktijkexamen is onderverdeeld in de volgende onderdelen:
• Rijden op aanwijzing
• Zelfstandig rijden
• Uitvoeren van bijzondere manoeuvres, (tenzij je vrijstelling hebt van je toets)
• Situatie bevraging
• Zelfreflectie
Het zelfstandig rijden is op 3 manieren uitvoerbaar, waarvan de examinator de keuze maakt:
• Navigatie ( vanaf 1 september 2011)
• Oriëntatiepunten
• Clusteropdrachten

Het rijexamen kent drie bijzondere manoeuvres:
Onder de bijzondere manoeuvres wordt verstaan, een parkeeropdracht, omkeeropdracht en een stopopdracht.

1. Omkeeropdracht:
Bij de omkeeropdracht krijgt de kandidaat al rijdende te horen dat hij de weg in tegenovergestelde richting moet gaan volgen. De kandidaat kiest zelf de plaats en de wijze waarop hij keert. Hij kan dit doen via een halve draai, steken of een bocht achteruit. De kandidaat moet laten zien dat hij op basis van een goede inschatting van de verkeerssituatie tot een adequate oplossing komt.
2. Parkeeropdracht:
De examinator kan ook kiezen voor een parkeeropdracht in een straat of op een parkeerterrein. Hierbij krijgt de kandidaat de opdracht om de auto zo dicht mogelijk bij een opgegeven locatie te parkeren. Dit kan bijvoorbeeld de ingang van een winkelcentrum zijn. Ook hier bepaalt de kandidaat zelf hoe hij de parkeeropdracht uitvoert.
3. Stopopdracht:
Bij een stopopdracht moet de kandidaat zo kort mogelijk achter een ander voertuig stoppen, om aansluitend vooruitrijdend weer aan het verkeer deel te nemen. Dit kan zowel aan de linker- als de rechterzijde van de rijbaan. Hierbij is het van belang dat de kandidaat een juiste inschatting heeft van de lengte van de neus van de auto.
Steekproefsgewijs kan de examinator de hellingproef laten uitvoeren.

Situatie bevraging
De examinator kan over een bepaalde verkeerssituatie vragen stellen omtrent de veiligheid, doorstroming, milieu en mobiliteit.

Zelfreflectie
Op dat formulier heb je vóór het examen je sterke en minder sterke punten in het verkeer gezet. Dit formulier wordt na de examenuitslag met je besproken.

Na afloop
Direct na afloop verteld de examinator in het examencentrum de uitslag, waarbij de instructeur ook aanwezig is. Als je bent geslaagd, dan worden de gegevens digitaal doorgezonden naar het RDW. Je kunt dan de volgende dag naar het Gemeentehuis om je rijbewijs aan te vragen. Dit duurt ongeveer nog 5 werkdagen, daarna kun je je rijbewijs afhalen bij het Gemeentehuis.
Ben je gezakt, dan ligt de examinator toe welke onderdelen onvoldoende zijn. Deze gegevens worden digitaal doorgestuurd naar de rijschool en eventueel je eigen email adres, zodat je de gegevens met je instructeur kunt bespreken voor de vervolglessen.